Wat verstaan we onder begeleiding?
Het gaat hierbij om een maatwerkvoorziening gericht op het bevorderen of het behoud van de zelfredzaamheid van een inwoner, die zonder inzet van deze maatwerkvoorziening zou moeten verblijven in een instelling of niet zelfredzaam genoeg zou zijn.
Begeleiding kan zowel individueel, als in een groep worden geboden. Groepsbegeleiding is veelal bekend onder de naam ‘dagbesteding’.
Resultaten begeleiding
Uitgaande van de domeinen uit de Zelfredzaamheidsmatrix worden de volgende (niet limitatieve) resultaten als hoofddoel(en) voor uitvoering van de maatwerkvoorziening in het kader van begeleiding gedefinieerd:
Het huishoudboekje op orde.
De structuur van het dagelijks leven binnen het huishouden op orde.
Sociaal maatschappelijk toegerust.
Een zinvolle invulling van de dag.
Mantelzorg mogelijk maken/steun aan sociaal netwerk.
Aanbieden van opvang/respijtzorg.
Een nadere uitwerking van deze resultaten is bijgevoegd in bijlage 2.
Binnen de beoogde resultaten wordt daarnaast onderscheid gemaakt in de intensiteit van de ondersteuning. Dit wordt gedefinieerd als de te verwachten benodigde professionele inzet in “eenheden” aan ondersteuning per cliënt per week. Een eenheid komt overeen met:
of één uur individuele ondersteuning.
of één dagdeel collectieve ondersteuning (meer dan één cliënt tegelijk).
voor kortdurend verblijf (logeren) wordt één etmaal of 24 uur gelijk gesteld aan drie eenheden.
Er worden drie klassen onderscheiden: licht, midden en zwaar.
In de klasse “licht” vallen cliënten met een te verwachten benodigde professionele ondersteuning van nul tot en met vier eenheden.
In de klasse “midden” vallen cliënten met een te verwachten benodigde professionele ondersteuning van vijf tot en met tien eenheden.
In de klassen “zwaar” vallen cliënten met een te verwachten benodigde professionele ondersteuning van meer dan tien eenheden.
Vervoer
In het ondersteuningsplan en het besluit wordt opgenomen of vervoer naar de locatie waar de (groeps)begeleiding wordt gegeven noodzakelijk is. In dat geval is de zorgaanbieder verantwoordelijk voor het vervoer. In de prijsafspraken met aanbieders van begeleiding is het vervoer meegenomen.
Weigeringsgronden
Zie artikel 4 van de verordening voor de weigeringsgronden (bijlage 2).
Algemeen gebruikelijke voorzieningen
Alvorens een maatwerkvoorziening in het kader van begeleiding in te zetten, kan een beroep worden gedaan op algemeen gebruikelijke voorzieningen.
Algemeen gebruikelijke voorzieningen
Bij algemeen gebruikelijke voorzieningen gaat het om algemeen beschikbare en redelijke oplossingen, die mensen zonder beperking ook zelf moeten regelen of betalen.
Voorbeelden van algemeen gebruikelijke voorzieningen:
Activiteiten zoals computercursus of taalles
Gezelschap of ondersteuning door vrijwilliger
Dagopvang/huiskamerproject
Kinderopvang
Cliënten met een zintuiglijke beperking
Voor cliënten met een zintuiglijke beperking waarbij specialistische begeleiding nodig is, kan een aanbieder worden gekozen op basis van de landelijk inkoopafspraken. Met deze aanbieders is door de gemeenten (VNG) een landelijk geldende raamovereenkomst aangegaan. Er is sprake van een zintuiglijke beperking bij cliënten die een ernstige visuele en/of auditieve beperking hebben. De volgende doelgroepen zijn hierbij te onderscheiden:
Cliënten met een ernstige visuele beperking
Hiervan is sprake wanneer de cliënt een visuele beperking heeft, die voldoet aan de NOG-richtlijn ‘Visusstoornissen, Revalidatie en Verwijzing’. Volgens deze richtlijn is sprake van een visuele beperking als ernstige stoornissen in het gezichtsvermogen en/of de visuele perceptie zijn vastgesteld in combinatie met beperkingen in het dagelijks functioneren.
De cliënt voldoet aan de volgende criteria:
er is sprake van bijkomende cognitieve, psychosociale en/of psychiatrische problematiek;
er is sprake van een combinatie van problematiek, zoals cognitieve, psychosociale en/of psychiatrische problematiek. Dit leidt tot beperkte ondersteuningsmogelijkheden en vervolgens tot een volstrekt ‘nieuwe’ en grotere beperking met nog minder mogelijkheden;
uit aanvullend onderzoek, diagnostiek en/of dossieronderzoek (onder meer de PAI) blijkt dat de cliënt in aanmerking komt voor Specialistische Begeleiding.
Vroegdove cliënten
Doof wil in dit kader zeggen dat de cliënt meer dan 80 decibel (dB) gehoorverlies aan beide oren heeft. Eventuele gehoorresten hebben geen betekenis voor communicatie. Indien een volwassene (iets) minder dan 80 dB gehoorverlies heeft en dat verlies selectief het frequentiebereik van de spraak bestrijkt, is er ook sprake van complete functionele doofheid. Bij vroegdove cliënten dateert de doofheid van vóór het begin van de normale gesproken taalontwikkeling. De gesproken taalontwikkeling is niet op gang gekomen of te vroeg gestokt. Er is hierdoor sprake van grote achterstanden in taal, algemene kennis en emotionele ontwikkeling. Daarnaast kan er sprake zijn van bijkomende stoornissen en beperkingen van algemene en specifieke, mentale of fysieke aard.
Doofblinde cliënten
Er is sprake van doofblindheid als er sprake is van een combinatie van verlies van de hoorfunctie (> 35 dB verlies aan het beste oor) en verlies van visuele functies (gezichtsscherpte < 0.3 en/of een gezichtsveldbeperking van <30 graden aan het beste oog) met veelal een progressief karakter van beide of één van beide zintuigbeperkingen.
Deze combinatie van beperkingen leidt tot een aanzienlijk verlies van algemene en specifieke mentale of fysieke functies, hetgeen leidt tot belemmeringen in de zelfredzaamheid en participatie.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.4
Begeleiding
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning 2016 Gemeente Oosterhout