Bij kortdurend verblijf logeert iemand (maximaal drie etmalen per week) in een instelling. Bijvoorbeeld in een gehandicapteninstelling, verpleeghuis of verzorgingshuis. Hierdoor wordt de mantelzorger ontlast, zodat deze de zorg langer kan volhouden en de cliënt thuis kan blijven wonen. Kortdurend verblijf kan ook worden ingezet om een periode van rust te creëren in de thuissituatie.
Kortdurend verblijf is bedoeld voor mensen die permanent toezicht nodig hebben. Bijvoorbeeld als er valgevaar is, als cliënt zelf niet in staat is hulp in te roepen als dat nodig is of omdat er ernstige gedragsproblemen zijn. Dat toezicht kan ook een vorm van actieve observatie zijn, zoals bij kinderen met een lichamelijke beperking waarbij ouders actief de vitale functies van het kind moeten controleren. Het kan ook gaan om constante zorg of zorg op ongeregelde tijdstippen bijvoorbeeld voor iemand met een ernstige hartaandoening of dementie.
De omvang van kortdurend verblijf is één, twee of drie etmalen per week; afhankelijk van wat noodzakelijk is in de specifieke situatie van de cliënt. Er is een maximum van drie etmalen per week gesteld, omdat het logeren betreft; bij meer dan drie etmalen in een instelling is er sprake van opname, waarvoor een indicatie op grond van Wlz moet worden gesteld. Het is denkbaar dat hierop in specifieke situaties een uitzondering kan worden gemaakt om bijvoorbeeld een verblijf van een week mogelijk te maken, zodat de mantelzorger op vakantie kan.
In de instelling waar de cliënt kortdurend verblijft, wordt de dagelijkse zorg overgenomen. Wanneer verpleging nodig is, moet dit geregeld worden via de zorgverzekering. Behandeling behoort nadrukkelijk niet bij kortdurend verblijf.
De cliënt is zelf verantwoordelijk voor vervoer van en naar de instelling voor kortdurend verblijf. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van eigen vervoer of van hulp uit het eigen netwerk. Wanneer de cliënt beperkingen heeft op het gebied van vervoer, zal hij doorgaans in het bezit zijn van een pasje voor de deeltaxi, waarmee hij zich naar de instelling kan vervoeren. Kortdurend verblijf kent, anders dan school of dagbesteding, geen exacte starttijden, zodat gebruik van een collectief vervoerssysteem als deeltaxi (eventueel met begeleider) een geschikte oplossing biedt.
De inzet van kortdurend verblijf door de gemeente beperkt zich tot de Wmo 2015. In het kader van de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Zorgverzekeringswet (Zvw) bestaan soortgelijke voorzieningen, respectievelijk logeeropvang en kortdurend eerstelijns verblijf.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.5
Kortdurend verblijf
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning 2016 Gemeente Oosterhout