Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.1

WEERSTANDSCAPACITEIT

Onderdeel van NOTA RESERVES EN VOORZIENINGEN 2015

Volgens het BBV kan tot de weerstandscapaciteit worden gerekend: de Algemene reserve, de bestemmingsreserves, de stille reserves, de onbenutte belastingcapaciteit en de begrotingspost onvoorzien. In de gemeente Zandvoort worden deze allemaal gerekend tot de weerstandscapaciteit. De weerstandscapaciteit dient voldoende te zijn om 100% van de aanwezige risico’s af te dekken. Volgens bestaand beleid – vastgesteld in 2010 -  is de minimumbuffer van de Algemene reserve bepaald op € 3,5 miljoen. In 2009 was dat ongeveer 10 % van de lasten (2009 - 37 miljoen). De exploitatie is inmiddels gegroeid naar € 47 miljoen (programbegroting 2015) door o.a. inflatie en de drie decentralisaties in het Sociale domein. Voorgesteld wordt met ingang van het haar 2015 de minimumbuffer van de Algemene reserve bij te stellen naar € 5 miljoen (=10 % van € 47 miljoen afgerond naar boven). Indien de Algemene reserve onder dit niveau is, dient de Algemene reserve binnen 4 jaar op dit niveau te worden gebracht. De huidige beleidsregel uit 2010 dat de algemene reserve toereikend acht op het niveau van minimaal 15 % van de aanwezige en onderkende risico’s vervalt. De kaders vanaf 2015 zijn: De weerstandscapaciteit dient voldoende te zijn om 100% van de aanwezige risico’s af te dekken. De minimumbuffer van de algemene reserve bedraagt € 5.000.000. Indien de Algemene reserve onder dit niveau is, dient de Algemene reserve binnen 4 jaar op niveau te worden gebracht.

Rechtspraak bij dit artikel