Tekortschietend besef is niet opgenomen in de IOAW en IOAZ. Alleen de Participatiewet kent deze bepaling. Het gevolg hiervan is dat er alleen een maatregel opgelegd kan worden voor tekortschietend besef binnen de Participatiewet en dus niet binnen de IOAW en IOAZ.
Aan de Participatiewet ligt het beginsel ten grondslag dat een ieder in eerste instantie in zijn eigen bestaanskosten dient te voorzien. Pas wanneer dat niet mogelijk is, kan men een beroep doen op bijstand. Hoofdregel is dus dat iedereen alles zal moeten doen en nalaten om een beroep op bijstand te voorkomen. Leidt een gedraging ertoe dat belanghebbende eerder, langer of voor een hoger bedrag is aangewezen op bijstand, dan is veelal sprake van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan. Hiervan is in ieder geval sprake bij de volgende gedragingen (als die er toe leiden dat belanghebbende eerder, langer of voor een hoger bedrag is aangewezen op bijstand):
het onverantwoord besteden en/of te snel interen van vermogen;
het niet nakomen van de verplichting tot instellen alimentatievordering;
het door eigen schuld verliezen van het recht op een uitkering en
het door eigen schuld niet of te laat aanvragen van een voorliggende voorziening.
Het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid is een gedraging die ook zou kunnen worden gekwalificeerd als een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan. Vanwege de samenhang met de arbeidsverplichtingen is er echter voor gekozen deze gedraging onder de schending van de arbeidsverplichtingen onder te brengen.
Op grond van artikel 8 van deze verordening kan een verlaging worden opgelegd wegens het betonen van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan. De ernst van de gedraging komt tot uitdrukking in de hoogte van het benadelingsbedrag. Dat is in dit geval het gedeelte van de uitkering waarop eerder, langer of tot een hoger bedrag een beroep wordt gedaan. Hierbij wordt uitgegaan van het netto-bedrag.
De maatregel voor tekortschietend besef wordt afhankelijk gesteld van het aantal maanden dat er te vroeg een beroep op bijstand wordt gedaan. De optelsom van de uitkering over deze maanden is het zogenoemde benadelingsbedrag.
Bijstand in de vorm van een geldlening
Naast het opleggen van een maatregel wordt de uitkering, over de maanden dat er te vroeg een beroep op bijstand wordt gedaan, verstrekt in de vorm van een lening. Dit volgt uit artikel 48, tweede lid, onderdeel b, van de Participatiewet. Als het college besluit beide instrumenten te gebruiken (leenbijstand én verlaging) moet het wel voldoende acht slaan op het totale effect hiervan voor de bijstandsgerechtigde.
Aanvullend beroep op incidentele bijstand
Er kunnen zich situaties voordoen waarbij er deels een voorliggende voorziening wordt laten liggen ter voorziening in de bijzondere kosten. Als hiervan sprake is en er inmiddels geen beroep gedaan meer kan worden op deze voorliggende voorziening dan is er sprake van tekortschietend besef voor de voorzieningen van het bestaan.
Te denken valt aan de situatie waarbij aan een belanghebbende een toevoeging is verleend. Als deze toevoeging wordt aangevraagd middels een verwijzing door het Juridisch Loket dan krijgt belanghebbende een korting op de te betalen eigenbijdrage rechtsbijstand. De eigen bijdrage wordt verlaagd met (per 1 januari 2014) € 53,- wanneer een belanghebbende eerst (gratis) rechtshulp vraagt aan het Juridisch Loket alvorens een advocaat te raadplegen. In beginsel is hiervoor vereist dat het Juridisch Loket belanghebbende in persoon rechtshulp heeft verleend en dit heeft geleid tot een diagnosedocument. Het Besluit eigen bijdrage rechtsbijstand voorziet overigens in uitzonderingen op het systeem dat eerst het Juridisch Loket moet worden geraadpleegd om de eigen bijdrage te verlagen.
Wanneer een belanghebbende niet eerst rechtshulp vraagt aan het Juridisch Loket en als gevolg daarvan wordt geconfronteerd met een hogere eigen bijdrage, dan kan de bijzondere bijstand worden afgestemd met € 53,- wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan (zie “Het betonen van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid”). Het kan belanghebbende immers worden verweten dat hij een hogere eigen bijdrage moet betalen
Hoofdstuk 2.
Artikel 7.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Maatregelverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Weststellingwerf 2015