De controle/beoordeling door of namens het hoger echelon op de werkzaamheden of werkresultaten.
Dit kenmerk meet de mate van gedetailleerdheid van de controle/beoordeling van werkzaamheden door of namens het hoger echelon. De zwaarte wordt bepaald door het object en de aspecten van controle/beoordeling. De scoreniveaus lopen op van (nauwgezette) controle tijdens de uitvoering van de werkzaamheden via beoordeling (achteraf) van werkresultaten naar beoordeling (achteraf) van ontwikkeld (strategisch) beleid.
Het betreft een nauwgezette controle op alle aspecten van de werkzaamheden.
Er wordt een 1 gescoord indien alle handelingen worden gecontroleerd.
Het betreft een controle van de werkzaamheden op juistheid van de gevolgde aanpak en op naleving van regels en afspraken.
Er wordt een 2 gescoord indien het controle betreft op voortgang van de werkzaamheden en op juistheid, actualiteit, volledigheid en kwaliteit van de uitgevoerde werkzaamheden, uitgaande van regels en afspraken. Het gaat bij deze score om controle tijdens het werk-/productieproces of om een controle op deelproducten, in tegenstelling tot score 3 waar alleen het eindresultaat gecontroleerd wordt.
Het betreft een beoordeling van producten, onderzoeksresultaten of adviezen op overeenstemming met gestelde normen, criteria of specificaties.
Er wordt een 3 gescoord indien het een eindcontrole betreft van het product op overeenstemming met gestelde normen, criteria of specificaties, respectievelijk een beoordeling op inhoud van onderzoekresultaat of advies. In het algemeen betreft het een beoordeling op inhoudelijke kwaliteit.
Het betreft een beoordeling van adviezen, plannen of wetenschappelijke programma's op bruikbaarheid of op afstemming op andere beleidsterreinen.
Er wordt een 4 gescoord indien het gaat om een beoordeling op bruikbaarheid of externe afstemming van beleidsadviezen / -plannen of om technische adviezen/plannen in de sfeer van ontwerp en ontwikkeling. Ook kan een 4 worden gescoord indien het gaat om de primaire verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering van uitvoeringsorganisaties, waarbij het gaat om beleid en uitvoering op elkaar af te stemmen.
Het betreft een beoordeling van ontwikkeld strategisch beleid op doeltreffendheid en/of van de mate waarin de strategische doelstellingen zijn gerealiseerd.
Er wordt een 5 gescoord bij functies van integraal manager of directeur (bijvoorbeeld gemeentesecretaris of sectordirecteur), met name wanneer -veelal door het politiek-bestuurlijke niveau- wordt beoordeeld op gebleken effectiviteit van ontwikkeld strategisch beleid en/of de mate waarin strategische doelstellingen zijn gerealiseerd.
Hoofdstuk
Artikel 51:1:1:10