**1..** Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het
bevoegde gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is
gegaan, kan het bevoegde gezag aan de zakelijk gerechtigde van
de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene
die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd
is, de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de
door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen
termijn.
**2..** Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd,
dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
worden vervangen.
**3..** Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
deze afdeling van toepassing is in het voortbestaan ernstig
wordt bedreigd, kan het bevoegde gezag aan de zakelijk
gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan
wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van
voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om
overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door
hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die
bedreiging wordt weggenomen.
**4..** Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste,
tweede of derde lid is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger,
is verplicht daaraan te voldoen.
**5..** Het bevoegde gezag kan bij het opleggen van de herplantplicht de
boomwaardebepaling toepassen.
Hoofdstuk 4. › Afdeling 3.
Artikel 4:12b
Herplant-/instandhoudingsplicht
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2012