Dit artikel verstaat onder:
iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel
Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis
ulmi (Buism.) C. Moreau);
iepespintkever: het insect, in elk
ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten
Scolytus scolytus (F.) en Scolytus multistriatus
(Marsh).
Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die
naar het oordeel van het college gevaar opleveren voor
verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van
iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe
door het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij
de aanschrijving vast te stellen termijn:
indien de iepen in de grond staan, deze te
vellen;
de iepen te ontschorsen en de schors te
vernietigen;
of de niet ontschorste iepen of delen daarvan te
vernietigen of zodanig te behandelen dat
verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen.
Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan
voorhanden of in voorraad te hebben of te
vervoeren.
Het verbod is niet van toepassing op geheel
ontschorst iepenhout en op iepenhout met een
doorsnede kleiner dan 4 cm.
Het college kan ontheffing verlenen van het onder a
van dit lid gestelde verbod.
Hoofdstuk 4. › Afdeling 3.
Artikel 4:12c
Bestrijding iepziekte
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2012