Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 2

Opdracht college

Onderdeel van Re-Integratieverordening Participatiewet Sluis 2015

Het college biedt ondersteuning aan de doelgroepen genoemd in de Participatiewet. Het college zorgt voor een voldoende gevarieerd aanbod van voorzieningen. Het college zorgt voor evenwichtige aandacht voor alle in de wet genoemde doelgroepen. Het college kan bij het bepalen van het aanbod aan voorzieningen prioriteiten stellen in verband met de financiële mogelijkheden en in verband met maatschappelijke, economische en conjuncturele ontwikkelingen. Bij de keuze van de mogelijkheden van ondersteuning en het aanbieden van voorzieningen wordt door het college een afweging gemaakt, waarbij gekeken wordt of de ondersteuning of de voorziening, gelet op de mogelijkheden en capaciteiten van de cliënt, het meest doelmatig is met het oog op de arbeidsinschakeling. Het college houdt bij het aanbieden van de in deze verordening opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar, en de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg. Het college bevordert de beschikbaarheid van voorzieningen voor de opvang van kinderen niet ouder dan 12 jaar van alleenstaande ouders, voor zover die opvang nodig is voor het volgen van een traject, plan van aanpak of voor deelname aan een voorziening, of voor het bereiken van het doel van een traject, plan van aanpak of een voorziening. Uitvoering van dit artikel vindt plaats binnen de daarvoor door de gemeenteraad beschikbaar gestelde middelen. HOOFDSTUK 2 Doel en doelgroep Artikel 3 Doel van de ondersteuning Het college biedt personen uit de doelgroepen van de wet ondersteuning aan bij arbeidsinschakeling en, voor zover het college dat noodzakelijk acht, een voorziening gericht op arbeidsinschakeling. Het college kan aan personen uit de doelgroepen van de wet, voorzieningen gericht op maatschappelijke participatie aanbieden. Het college kan aan personen uit de doelgroepen van de wet, onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden aanbieden die worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. Voor het verstrekken van voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie aan personen aan wie het UWV een uitkering verstrekt sluit het college een overeenkomst met het UWV. Geen recht op ondersteuning bestaat indien sprake is van een voorliggende voorziening welke naar mening van het college in voldoende mate bijdraagt aan de re-integratie van de aanvrager. Artikel 4 Verplichtingen Een persoon die door het college een voorziening wordt aangeboden is verplicht hiervan gebruik te maken. Een alleenstaande ouder aan wie een ontheffing is verleend zoals bedoeld in artikel 9a van de wet en die niet beschikt over een startkwalificatie is gehouden ten minste een voorziening te accepteren met scholing of een opleiding die de toegang tot de arbeidsmarkt bevordert, tenzij het college van oordeel is dat een dergelijke scholing of opleiding de krachten en bekwaamheden van de alleenstaande ouder te boven gaat. Het college kan een voorziening beëindigen als: de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet, de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet nakomt; de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep; de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorzieningen, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de wet; naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening; de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. Artikel 5 Sluitende aanpak Het college biedt iedere uitkeringsgerechtigde na inschrijving bij het UWV een voorziening aan, waar mogelijk een voorziening gericht op arbeidsinschakeling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel