Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3:6

Herziening voorlopige plaatsing

Onderdeel van Sociaal Statuut gemeente Oisterwijk 2016

1.. De ambtenaar die voorlopig is geplaatst in een nieuwe, sleutel- of gewijzigde functie, kan binnen één jaar na de voorlopige plaatsing gemotiveerd kenbaar maken dat er sprake is van een situatie dat hij qua kwalitatieve geschiktheid niet past in de functie waarin hij is geplaatst. Dat kan niet eerder dan nadat een eerste beoordeling is opgemaakt. De ambtenaar kan daarbij gemotiveerd verzoeken om plaatsing in een andere functie. Dit kan gevolgen hebben voor zijn salaris en salaristoelagen. 2.. De plaatsingscommissie, als bedoeld in artikel 3:3, lid 1, toetst of de voorlopige plaatsing van de ambtenaar in desbetreffende functie zorgvuldig en met de juiste afwegingen tot stand is gekomen. De plaatsingscommissie adviseert het college daarbij over het besluit op het verzoek als bedoeld in het eerste lid en geeft daarbij een nieuw advies tot plaatsing. Indien geen andere (passende of geschikte) functie beschikbaar is of plaatsing in een andere (passende of geschikte) functie niet mogelijk blijkt, dan wordt de ambtenaar als niet plaatsbaar aangemerkt en is artikel 3:5, lid 5 van toepassing. 3.. Het college neemt naar aanleiding van het advies van de plaatsingscommissie een nieuw (voorlopig) besluit over plaatsing van de ambtenaar in een andere functie of tot het voorlopig niet plaatsen, dan wel tot boventalligverklaring van de ambtenaar. 4.. De ambtenaar kan bezwaar aantekenen tegen het besluit, zoals bedoeld in vorige lid, conform de Algemene wet bestuursrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel