Naar hoofdinhoud

H3:

Artikel 3.2

Relaties met wetgeving, andere overheden en gemeentelijke programma’s

Onderdeel van Handhavingsbeleidsplan Noordoostpolder 2016 – 2019

Het in dit plan neergelegde beleid staat niet op zichzelf. Het heeft naast relaties met wettelijke bepalingen ook relaties met uitvoeringsverplichtingen vanuit het Rijk en de provincie en gemeentelijke bestuurlijke programma’s. Hierna zijn deze relaties grafisch weergegeven. Relatie met provinciale handhavingsafspraken Gemeente Noordoostpolder heeft op 22 januari 2013 het Gemeenschappelijk Kader Flevoland 2013 vastgesteld. Partners zijn de Provincie Flevoland, Waterschap Zuiderzeeland, de Flevolandse gemeenten, de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV), Openbaar ministerie en politie. Doel van dit gemeenschappelijk kader is de afstemming van bestuurs- en strafrecht in de provincie Flevoland tussen de bestuursrechtelijk en strafrechtelijk betrokken overheden. Het gemeenschappelijk kader dient ter bevordering van een uniforme en efficiënte aanpak van overtredingen van milieu- en bouwregels evenals verordeningen m.b.t. de ruimtelijke ordening en leefomgeving. Relatie met bestuurlijke programma’s Voor toezicht en handhaving zijn de onderstaande bestuurlijke programma’s tot 2019 van belang. Coalitieakkoord 2014 - 2018 Het coalitieakkoord, De kracht van Noordoostpolder stelt dat de gemeente veilig moet blijven. De volgende speerpunten uit het coalitieakkoord zijn daarom in het kader van het handhavingsbeleidsplan mede relevant: de aanpak van alcohol in het straatbeeld, het optreden tegen overlast, duidelijke en tijdige communicatie en heldere afspraken zowel met inwoners als met samenwerkingspartners. Goede regels vragen om goede communicatie en handhaving met oog voor de situatie. De veranderende verhouding tussen overheid en inwoners leidt tot een andere manier van werken. Meer verantwoordelijkheid voor inwoners leidt ook tot een efficiënter en doeltreffender optreden van de gemeente. Programmabegroting 2015 – 2018 In de programmabegroting 2015 – 2018 staat dat in de visie op handhaving 5 onderwerpen op de voorgrond treden, namelijk: Eenduidige sturing- en verantwoordingskolom: Handhavingstaken in de programmabegroting worden in onderlinge samenhang opgenomen. Binnen het college is een coördinerend wethouder, de gemeente beschikt over een handhavingsbeleidsplan en handhavingsuitvoeringsprogramma en de handhavingstaken worden gebundeld in één organisatieonderdeel. Preventie: De nadruk ligt op het voorkomen van overtredingen en de inzet van repressieve middelen om overtredingen ongedaan te maken. Communicatie, voorlichting, herkenbaarheid en aanwezigheid in de fysieke leefomgeving hebben een preventieve werking. Integraal werken: Handhavingsacties worden op elkaar afgestemd. In het veld wordt tijdens controles ook naar ongeregeldheden op andere werkterreinen gekeken en gerapporteerd. De organisatie is ingericht op integraal werken waardoor efficiënter kan worden gewerkt en er minder controlemomenten zijn bij ondernemers. Burgergericht: Gevoel van klanttevredenheid wordt zoveel mogelijk bevorderd door besluiten goed en duidelijk te motiveren, korte doorlooptermijnen te hanteren, overleg te voeren voordat repressieve middelen worden toegepast, burgers te informeren over regels en gelijke gevallen gelijk te behandelen. Passend organiseren: Het beginsel van passend organiseren wordt toegepast bij besluitvorming over handhaving. Daar waar met respect voor de wettelijke regels en rechten van derden een oplossing gevonden kan worden waardoor kan worden afgezien van handhaving, zal dit gedaan worden. In situaties waarin blijkt dat eigen gemeentelijke regels in zijn algemeenheid klemmen en draagvlak en noodzaak voor de regels ontbreekt, zal voorgesteld worden tot deregulering/ afschaffing hiervan.

Rechtspraak bij dit artikel