1.. Een lid van het gemeenschappelijk orgaan mag niet als advocaat, procureur, gemachtigde of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van het gemeenschappelijk orgaan of ten behoeve van het gemeenschappelijk orgaan in geschillen.

2.. Het lidmaatschap van het gemeenschappelijk orgaan is onverenigbaar met dat van het bestuur van de stichting.