Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Optreden tegen ernstige bijtincidenten

Onderdeel van Beleidsregels Gevaarlijke Honden

1.. De eigenaar van een hond die een ernstig bijtincident heeft begaan wordt gevraagd om afstand te doen van zijn hond. 2.. De burgemeester geeft op basis van artikel 172 Gemeentewet bevel tot het onvrijwillig in beslag nemen van de hond indien de eigenaar niet vrijwillig afstand doet van de hond en de burgemeester vreest dat de kans op bijtrecidive aanwezig is, of als de hond al eerder een bijtincident heeft veroorzaakt. 3.. Bij het onvrijwillig in beslag nemen kan de hond aan een risico-assessment worden onderworpen. De test zal moeten uitwijzen of de hond re-socialiseerbaar is en teruggeplaatst kan worden bij de eigenaar of elders herplaatsbaar is. 4.. De burgemeester kan beslissen dat de hond elders zal worden herplaatst. Als uit een assessment blijkt dat resocialiseren en herplaatsen niet mogelijk is, kan de burgemeester beslissen dat de hond zal worden gedood. 5.. De kosten van vervoer, verblijf, test en eventueel laten doden van de hond komen voor rekening van de eigenaar van de hond. 6.. Bij bijt-recidive of bij ernstige bijtincidenten wordt door de politie een proces-verbaal opgemaakt. De politie zendt het proces-verbaal naar het Openbaar Ministerie. Het Openbaar Ministerie beslist of er vervolgd wordt en op basis van welk artikel (bijvoorbeeld artikel 425 Wetboek van Strafrecht). 7.. Indien de burgemeester bij de situatie uit het tweede lid niet vreest dat bijtrecidive zal plaatsvinden, dan kan het college de hond aanwijzen als gevaarlijke hond.

Rechtspraak bij dit artikel