**1..** Bij vrees voor het ontstaan van ernstige bijtincidenten, of bij een licht bijtincident kan het college besluiten tot aanwijzing van de hond als gevaarlijke hond in de zin van artikel 2:59 van de Algemene plaatselijke verordening (APV).
**2..** Een muilkorf- en/of kort aanlijngebod wordt opgelegd voor een periode van twee jaar. Drie maanden voor het einde van deze periode van twee jaar wordt het gedrag van de hond opnieuw beoordeeld.
**3..** Bij zeer ernstige vrees voor het ontstaan van een ernstig bijtincident kan de burgemeester besluiten tot inbeslagname van de hond.
**4..** Als de houder van een hond die als gevaarlijke hond is aangewezen in strijd met artikel 2:59 APV de hond houdt en de hond een nieuw bijtincident veroorzaakt dan gaat het college na of naast de bestuursrechtelijke maatregel een strafrechtelijke sanctie op zijn plaats is wegens overtreding van de APV.
**5..** Wanneer besloten wordt tot het opleggen van een aanlijn- dan wel aanlijn- en muilkorfgebod, wordt tevens in dat besluit aangegeven dat op het niet voldoen aan het gebod een dwangsom kan worden opgelegd, groot € 1000 per geconstateerde overtreding met een maximum van € 10.000.
Artikel 4.
Optreden tegen lichte bijtincidenten en bij vrees voor ernstige bijtincidenten
Onderdeel van Beleidsregels Gevaarlijke Honden