Het is verboden op een door of namens het college aangewezen
plaats buiten een inrichting in de zin van de Wet
milieubeheer, in de openlucht en buiten de weg gelegen in
het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter
voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van
schade aan de openbare gezondheid, de volgende voorwerpen of
stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:
onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
daarvan;
bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
daarvan;
kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of
onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig
hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
anderszins voor een commercieel doel;
mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen
van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of
pulp of ingekuilde landbouwproducten,
afbraakmaterialen en oude metalen.
Het is verboden op een door of namens het college aangewezen
plaats een bepaald voorwerp of bepaalde stof: op te slaan,
te plaatsen of aanwezig te hebben.
Door of namens het college kunnen bij de aanwijzing als
bedoeld in het eerste en tweede lid nadere regels
stellen.
Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het
daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
ruimtelijke ordening of de Wegenverordening Noord-Brabant
2010.
Artikel 4:14 (gereserveerd)
Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame
te maken of te voeren door middel van een opschrift,
aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar
wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de
omgeving.
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin
wordt voorzien door het Activiteitenbesluit
milieubeheer
Artikel 4:16 Handelsreclame op of aan de weg
Onverminderd het bepaalde in artikel 4:15 is het verboden op
of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te
voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of
afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg zichtbaar
is.
Het verbod geldt niet voor onverlichte:
reclame op objecten die bij de gemeente in beheer zijn en
waarvoor met de gemeente over het gebruik van die objecten
voor handelsreclame een overeenkomst is aangegaan;
reclame op Abri’s die als gevolg van de aangegane
overeenkomst zijn geplaatst als openbaar
vervoersvoorziening;
reclame welke is aangebracht op de uitstallingen welke
conform artikel 2:10, vierde lid mogen worden
geplaatst;
aankondigingen en afbeeldingen in het inwendig gedeelte van
een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht zijn op
zichtbaarheid vanaf de weg.
opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken,
daartoe aangewezen door het college.
opschriften of aankondigingen kleiner dan 1 m2 en de langste
zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben op:
een openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop,
verhuur of verpachting van een onroerende zaak, zulks voor
zolang zij feitelijke betekenis hebben;
het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de
onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is
bestemd.
opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in
uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die
bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken
zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij
of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf, zulks voor
zolang zij feitelijke betekenis hebben.
opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken
dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn
aangebracht ten dienste van dat vervoer.
Indien voor het aanbrengen van reclame-uitingen op of aan
een onroerende zaak een vergunning krachtens andere
wetgeving verleend is het eerste lid niet toepassing.