Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4. › AFDELING 4.

Artikel 4:13

Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.

Onderdeel van Algemene plaatselijke Verordening 2016

Het is verboden op een door of namens het college aangewezen plaats buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht en buiten de weg gelegen in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. Het is verboden op een door of namens het college aangewezen plaats een bepaald voorwerp of bepaalde stof: op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben. Door of namens het college kunnen bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid nadere regels stellen. Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet ruimtelijke ordening of de Wegenverordening Noord-Brabant 2010. Artikel 4:14 (gereserveerd) Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer Artikel 4:16 Handelsreclame op of aan de weg Onverminderd het bepaalde in artikel 4:15 is het verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg zichtbaar is. Het verbod geldt niet voor onverlichte: reclame op objecten die bij de gemeente in beheer zijn en waarvoor met de gemeente over het gebruik van die objecten voor handelsreclame een overeenkomst is aangegaan; reclame op Abri’s die als gevolg van de aangegane overeenkomst zijn geplaatst als openbaar vervoersvoorziening; reclame welke is aangebracht op de uitstallingen welke conform artikel 2:10, vierde lid mogen worden geplaatst; aankondigingen en afbeeldingen in het inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf de weg. opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken, daartoe aangewezen door het college. opschriften of aankondigingen kleiner dan 1 m2 en de langste zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben op: een openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd. opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben. opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer. Indien voor het aanbrengen van reclame-uitingen op of aan een onroerende zaak een vergunning krachtens andere wetgeving verleend is het eerste lid niet toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel