**1..** Indien de verlaging bij de alleenstaande en alleenstaande ouder door de toepassing van de artikelen 4 tot en met 7 meer bedraagt dan de toegekende toeslag op grond van artikel 3, wordt de verlaging vastgesteld op de hoogte van de op grond van artikel 3 toegekende toeslag.
**2..** Indien de verlaging bij gehuwden door de toepassing van de artikelen 4 tot en met 6 meer bedraagt dan 20 procent van de gehuwdennorm, dan wordt de verlaging vastgesteld op 20 procent.
**3..** De verlagingen bedoeld in de artikelen 4 tot en met 6 worden niet toegepast indien beide gehuwden jonger zijn dan 21 jaar.