Naar hoofdinhoud
1.. De commissie kan slechts adviezen uitbrengen indien ten minste drie leden aanwezig zijn waarvan ten minste één lid architect is. 2.. De leden en plaatsvervangende leden moeten architect, kunst-, bouw,- of architectuurhistoricus, of op andere voor de materie relevante wijze deskundig zijn. 3.. In de commissie kan een ingezetene van de gemeente op grond van kennis van en belangstelling voor de maatschappelijke aspecten voor de ruimtelijke kwaliteit, zoals bedoeld in artikel 9.2 lid 6 van de Bouwverordening , zitting hebben. 4.. Voor de voorzitter en leden worden 2 plaatsvervangers aangewezen die hen bij afwezigheid kunnen vervangen. 5.. In afwijking van het vorige lid kan de commissie bij advisering, zoals bedoeld in artikel 1 lid 1 onder b slechts adviezen uitbrengen indien ten minste één van de aanwezige leden deskundig is op het gebied van monumentenzorg. 6.. De voorzitter en leden van de commissie zijn onafhankelijk ten opzichte van het gemeentebestuur. 7.. De commissie wordt bijgestaan door een secretaris. Hij/zij is gemeenteambtenaar en heeft een raadgevende stem.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel