Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
Medewerker
De ambtenaar in de zin van artikel 1:1, lid 1 sub a van de CAR.
Dienstreis
Een naar het oordeel van de leidinggevende noodzakelijke verplaatsing van een medewerker tot het verrichten van een dienst buiten de plaats van tewerkstelling, evenals het hiermede verband houdende verblijf buiten deze plaats.
Plaats van tewerkstelling
Het gebouw, gebouwencomplex of terrein waar of van waaruit de medewerker gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht.
Motorvoertuig
Gemotoriseerd vervoermiddel waarvan de medewerker eigenaar of gebruiker is.