Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Algemene bepalingen

Onderdeel van Regeling reis- en verblijfkosten

Lid 1 De medewerker heeft voor het maken van een dienstreis voorafgaande toestemming nodig van zijn leidinggevende. Lid 2 De dienstreizen dienen in principe met openbare vervoermiddelen te worden gemaakt. Lid 3 Indien de dienstreis niet of niet op doelmatige wijze per openbaar vervoer kan worden gemaakt, kan gebruik worden gemaakt van een eigen motorvoertuig. Lid 4 Reiskosten voor woon-/werkverkeer worden niet aangemerkt als dienstreizen. Een verplaatsing voor het verrichten van werkzaamheden op zaterdag, zondag, een erkende feestdag of buiten de reguliere werktijden wordt aangemerkt als een dienstreis. Lid 5 Verkeersovertredingen worden niet aangemerkt als reiskosten.

Rechtspraak bij dit artikel