Aan de ambtenaar die het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, kan op basis van ‘goed’ functioneren een extra salarisverhoging worden toegekend ter grootte van één periodieke salarisverhoging. Indien dit samenvalt met de reguliere periodieke salarisverhoging als bedoeld in artikel 3:4 van de CAR-UWO leidt dit in zijn totaliteit tot twee periodieke salarisverhogingen.
Op basis van een beoordeling ‘uitstekend’ kan vervolgens nog één extra periodieke salarisverhoging worden toegekend.
Het salaris kan daarbij niet hoger worden vastgesteld dan op het maximum van de functieschaal.
Bij de toepassing van lid 1 of 2 blijft het tijdstip waarop ingevolge het artikel 3:4 van de CAR-UWO en artikel 6 een salarisverhoging wordt toegekend onverlet, tenzij anders wordt bepaald.