1. De commissie legt in elke vergadering geheimhouding als bedoeld in
artikel 86 van de Gemeentewet op omtrent de inhoud van de stukken die
aan de commissie worden voorgelegd, alsmede ten aanzien van het
behandelde tijdens de vergadering. De geheimhouding geldt eveneens voor
de andere raadsleden, de adviseur en de ambtelijke ondersteuning.
2. De voorzitter ziet er op toe dat aan het bepaalde in het vierde lid
wordt voldaan.
3. Aan de raadsleden, die geen zitting hebben in de commissie, en aan
anderen wordt geen inzage of informatie verstrekt omtrent de inhoud van
aan de commissie overgelegde stukken of het behandelde ter
vergadering.
4. Noch de commissie, noch de raad zal de geheimhouding, als waarvan
sprake is in het vierde lid, opheffen.
5. De geheimhouding blijft na ontbinding van de commissie van
kracht.