1. De commissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter of tenminste
drie leden dit noodzakelijk achten.
2. De commissie vergadert alleen indien tenminste een meerderheid van de
leden aanwezig is.
3. De vergaderingen van de commissie zijn besloten.
4. Van het behandelde ter vergadering wordt door de secretaris een
verslag gemaakt. Dit verslag wordt door de commissie vastgesteld.
5. De opvattingen als bedoeld in artikel 2, lid 5 worden bij meerderheid
van stemmen vastgesteld.
6. Het gevoelen van de minderheid wordt desgewenst in de schriftelijke
rapportage als bedoeld in artikel 2, lid 5 aan de raad en de Commissaris
opgenomen.