Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 8a

Het onderzoek van de geloofsbrieven van leden.

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2010

1.. Het onderzoek van de geloofsbrieven en de daarbij behorende overige bescheiden van benoemde leden van de raad geschiedt door de commissie als bedoeld in artikel 8, eerste lid. 2.. Indien het onderzoek van geloofsbrieven betrekking heeft op nieuw gekozen leden van de raad na periodieke aftreding, wordt het onderzoek door de commissie in voltalligheid verricht. In alle overige gevallen wordt het onderzoek verricht door tenminste drie leden uit de commissie, de voorzitter inbegrepen. 3.. De commissie tot onderzoek van de geloofsbrieven brengt zo spoedig mogelijk in een vergadering van de raad verslag uit van haar bevindingen. De raad beslist vervolgens terstond, of -zo de zaak dat vordert- op een daartoe te bepalen dag omtrent de toelating van het lid. 4.. Over de toelating van leden die benoemd zijn verklaard na periodieke aftreding besluit de raad in zijn oude samenstelling. 5.. De commissie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderzoekt bij de benoeming van een wethouder of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet. Het tweede en derde lid is van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel