Ingezetenen en belanghebbenden kunnen een verzoek tot
agendering van een onderwerp in een commissievergadering
indienen.
Het onderwerp als bedoeld in het eerste lid voldoet aan de
volgende vereisten:
het onderwerp behoort tot de bevoegdheid van het
gemeentebestuur;
het onderwerp betreft niet een aangelegenheid die
onderdeel is van een beroeps- of bezwaarprocedure;
het onderwerp betreft geen gedraging waarover een
klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet
bestuursrecht kan of kon worden ingediend;
het onderwerp betreft niet een recent door het
college van burgemeester en wethouders afgewezen
verzoek.
Een agenderingsverzoek als bedoeld in het eerste lid wordt
tenminste drie weken voorafgaand aan de beoogde
commissievergadering ingediend bij de griffier.
De griffier legt het agenderingsverzoek zo spoedig mogelijk
met een advies voor aan de agendacommissie.
De griffier brengt het agenderingsverzoek ter informatie of
ter voorbereiding onder de aandacht van het college van
burgemeester en wethouders.
De agendacommissie toetst het verzoek aan de voorwaarden
genoemd onder lid 1 en lid 2 en beoordeeld of de beoogde
vergadering voldoende ruimte biedt voor agendering. Als de
beoogde commissievergadering onvoldoende ruimte biedt, biedt
de agendacommissie een alternatief aan voor een spoedige
behandeling van het onderwerp.
De portefeuillehouder of diens vervanger is aanwezig bij de
behandeling van het onderwerp in de commissievergadering.
De commissievoorzitter doet in de vergadering aan de
commissie een voorstel voor de behandeling van het
onderwerp.
De indiener van het verzoek voert in de commissievergadering
het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend.
De griffier draagt zorg voor de communicatie met de
indiener.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 24
Agenderingsverzoek derden
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2015