De commissievoorzitter zorgt voor de handhaving van de orde
in de vergadering.
Hij kan de raadscommissie voorstellen aan een commissielid
dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken
belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te
ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na
aanneming daarvan verlaat het commissielid de vergadering
onmiddellijk. Zo nodig doet de commissievoorzitter hem
verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het
commissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de
toegang tot de vergadering worden ontzegd.
Hij kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een
door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening
de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering
sluiten.
Hij roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende
of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in
behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk
interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren.
Sprekers die hieraan geen gevolg geven, kunnen door hem het
woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 25
Handhaving orde en schorsing
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2015