Naar hoofdinhoud
Lid 1 In de volgende situaties kunnen gezinnen in aanmerking komen voor een bijdrage in de kosten van kinderopvang op grond van dit artikel: Als één van de gezinsleden (kind of ouder) een lichamelijke, zintuigelijke, verstandelijke of psychische beperking heeft, waardoor kinderopvang in het belang is van de gezonde ontwikkeling van het (andere) kind. Als het gezin in een sociale of medische crisissituatie is beland, waardoor de ouders niet in staat zijn om de verzorging van het kind op zich te nemen. Een aanvraag wordt pas toegekend als blijkt dat er geen (of onvoldoende) gebruik kan worden gemaakt van voorliggende voorzieningen. Hierbij moet gedacht worden aan mantelzorg, gebruikelijke zorg, hulp bij het huishouden, peuteropvang en voorschoolse educatie. De indicatiestelling wordt gedaan door het Wmo-loket waarbij advies wordt gevraagd aan het CJG. Lid 2.a. De doelgroep voor sociaal-medische indicatie kinderopvang bestaat in alle gevallen uit gezinnen die geen aanspraak kunnen maken op kinderopvangtoeslag (uitgekeerd door de Belastingdienst). Bij de toekenning van de SMI wordt gebruik gemaakt van de proefberekening toeslagen van de belastingdienst. De hoogte van een SMI is daarmee gelijk aan de hoogte van de kinderopvangtoeslag, behorend bij het inkomen van het betreffende gezin. Er wordt uitgegaan van de maximale uurtarieven van de belastingdienst. Alleen het aantal uren kinderopvang dat noodzakelijk is wordt vergoed. In totaal kan dit dus niet meer bedragen dan het maximum aantal uren dat gehanteerd wordt door de belastingdienst. (In 2019 bedroeg dit maximaal 230 uur per maand per kind voor alle vormen van opvang tezamen). Voor het berekenen van de eigen bijdrage wordt gebruik gemaakt van de tarieventabel van de belastingdienst. Dit verkleint de overstap van de SMI-bijdrage naar kinderopvangtoeslag op later moment. Wanneer er sprake is van een schuldregeling wordt hiermee rekening gehouden bij vaststellen van de eigen bijdrage. Lid 2.c. en d. Als een kind 2 jaar wordt, en er is recht op gemeentelijke compensatie van de kosten voor peuteropvang, is deze regeling voorliggend op de SMI-regeling. Dit betekent dat deze uren (8 uur per week) door de kinderopvanghouder niet meer rechtstreeks kunnen worden gefactureerd aan de gemeente, maar dat de kinderopvanghouder deze uren via daarvoor geldende subsidieregeling vergoed krijgt. Ook als een kind een indicatie heeft voor voorschoolse educatie, worden deze uren (8 uur per week) afgetrokken van het totaal aantal uren SMI. Ook deze uren worden vergoed aan de kinderopvanghouder via de geldende subsidieregeling. Uitgangspunt bij de uitvoering is dat de administratieve last voor de ouders zoveel als mogelijk wordt beperkt. Het is aan de kinderopvanghouders, in samenwerking met de gemeente, om dit goed te laten verlopen. In de beschikking die de gemeente afgeeft bij het verstrekken van SMI wordt in de daarvoor geldende gevallen opgenomen dat het aantal uren SMI kan worden verminderd doordat de regeling voor compensatie peuteropvang in werking treedt en/of de regeling voor voorschoolse educatie. Daarbij wordt vermeld dat het totaal aantal uren dat het kind het kinderdagverblijf bezoekt gelijk blijft en dat ouders hiervoor geen actie hoeven te ondernemen, behalve als het kinderdagverblijf of de gemeente dit vraagt. Regelingen vergoeding Kinderopvang gemeente Nieuwkoop Regeling Leeftijd Bekostiging Dagdelen/uren Peuteropvang 2 tot 4 jaar, indien ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag Subsidieregeling 2 dagdelen of 8 uur per week Voorschoolse educatie Vanaf 2,5 jaar tot 4 jaar, na indicatie via kinderdagverblijf Subsidieregeling 2 dagdelen of 8 uur per week SMI 0 tot 13 jaar Facturatie aan gemeente Voor een half jaar. Maximaal 230 uur per maand, waar mogelijk met aftrek uren peuteropvang en uren voorschoolse educatie. Mogelijkheid om het tweemaal 3 maanden te verlengen. Lid 2f. Het uiteindelijke doel van de SMI is om een stabiele opvoedsituatie te creëren in het gezin en/of om ouders (zo mogelijk) terug te begeleiden naar werk. Om die reden wordt de uren kinderopvang voor maximaal 6 maanden verstrekt, met twee keer een verlengingsoptie van 3 maanden.

Rechtspraak bij dit artikel