Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 8.

Bijzondere voorschriften

Onderdeel van Bomenverordening Westervoort 2016

1.. Het bevoegd gezag kan besluiten dat de omgevingsvergunning voor het vellen direct in werking treedt, indien een houtopstand direct gevaar oplevert, die noodkap noodzakelijk maakt. Het besluit wordt zo spoedig mogelijk bekendgemaakt. 2.. Het bevoegd gezag kan aan de omgevingsvergunning de voorschriften verbinden dat de omgevingsvergunning pas rechtskracht verkrijgt: nadat de omgevingsvergunning onherroepelijk is geworden, of; nadat aan de omgevingsvergunning verbonden andere ontheffingen, vergunningen en/of toestemmingen onherroepelijk zijn geworden, of; indien de feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende is gewaarborgd. 3.. Tot de aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften kan ook behoren, het voorschrift, dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door bevoegd gezag te geven aanwijzingen, moet worden herplant. 4.. Indien niet ter plaatse kan worden herplant, kan in de omgevingsvergunning het voorschrift worden gesteld dat voorafgaand aan het kappen een geldelijke bijdrage, op basis van de boomwaarde, gestort dient te worden in de gemeentelijke voorziening ‘Groot onderhoud groen’, of dat op een andere locatie herplant plaatsvindt. 5.. In het voorschrift als bedoeld in het tweede lid wordt telkens bepaald binnen welke termijn na de herplant, en op welke wijze, niet aangeslagen herplant moet worden vervangen.

Rechtspraak bij dit artikel