**1..** Bij overtreding van het verbod, zoals bedoeld in artikel 3 van deze verordening, kan het bevoegd gezag aan:
de zakelijk gerechtigde van de grond waarop de houtopstand zich bevond, en/of;
degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is,
de verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen en binnen een door hen te stellen termijn.
**2..** Indien niet ter plaatse kan worden herplant wordt gezocht naar een geschikte locatie in de directe omgeving of dient een door het college vast te stellen financiële bijdrage gestort dient te worden in de gemeentelijke voorziening.
**3..** Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen.
**4..** Indien een houtopstand, waarop het verbod tot vellen van toepassing is, in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de personen, zoals genoemd in het eerste lid, de verplichting opleggen om:
overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen;
een Bomen Effect Analyse op te stellen en aan te bieden aan het bevoegd gezag.
**5..** Degene aan wie de verplichting als bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.
**6..** Het voorgaande laat onverlet het bepaalde in artikel 13.
Hoofdstuk 3
Artikel 9.
Herplant-/instandhoudingsplicht
Onderdeel van Bomenverordening Westervoort 2016