Naar hoofdinhoud

Artikel 12,

lid 1: Wijzigen voor beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten

Onderdeel van Beleidsregels planologische kruimelgevallen Gemeente Laarbeek.

Voor de uitoefening van zowel beroeps- als bedrijfsmatige activiteiten in een woning en/of bij deze woning behorende bouwwerken, is in de vigerende bestemmingsplannen voor zowel de bebouwde kommen als het buitengebied een afdoende regeling opgenomen. Om te voorkomen dat de beroeps- of de bedrijfsmatige activiteiten een te grootschalig karakter krijgen en ten koste gaan van de woonfunctie, wordt met uitzondering van de onderstaande bepaling vastgehouden aan de betreffende regeling. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor de uitoefening van een bedrijfsmatige activiteit in de vorm van het knippen van mensen in de woning en/of bijgebouwen, met dien verstande dat: de betreffende woning in overwegende mate geschikt dient te blijven voor gebruik als woning overeenkomstig de bestemming; bedoeld gebruik geen onevenredige hinder voor het woonmilieu mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt, dit betekent onder meer dat: in principe geen omgevingsvergunning wordt verleend voor het uitoefenen van bedrijvigheid die onder de werking van de Wet milieubeheer of andere milieuwetgeving valt, tenzij het desbetreffende gebruik door middel van het stellen van voorwaarden verantwoord is; vast dient te staan dat het gebruik een kleinschalig karakter heeft en zal behouden, in die zin dat het knippen alleen mag geschieden door de bewoonster/bewoner van de betreffende woning en niet door in dienst genomen personeel; het gebruik naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn; het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de woning of het bijgebouw uitvoert, tevens de gebruiker van de woning is; het niet betreft een zodanige verkeersaantrekkende activiteit die kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimten; geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop in het klein in verband met de bedrijfsmatige activiteit; ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten mag maximaal 40% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw inclusief bijgebouwen in gebruik zijn, met een maximum van: 45 m² bij bouwpercelen tot 250 m²; 60 m² bij bouwpercelen van 250 tot 750 m²; 75 m² bij bouwpercelen groter dan 750 m²; er geen vanaf het openbaar gebied zichtbare reclame-uitingen worden aangebracht, tenzij het een reclame-uiting betreft die voldoet aan het bepaalde in de Algemene Plaatselijke Verordening en die niet is aan te merken als een bouwwerk.

Rechtspraak bij dit artikel