Naar hoofdinhoud

Artikel 7,

lid 1: Dakopbouw

Onderdeel van Beleidsregels planologische kruimelgevallen Gemeente Laarbeek.

Voor dakopbouwen, die alleen gerealiseerd kunnen worden op het achterdakvlak van een woning met een dakhelling van tenminste 30o en ten hoogste 50o, wordt afgeweken van het vigerende bestemmingsplan, mits: gebouwd op hoofdgebouwen en; de nokhoogte van de dakopbouw maximaal 1 m hoger is dan de nokhoogte die bepaald is in de bouwregels van het desbetreffende vigerende bestemmingsplan en; de dakhelling van de dakopbouw gelijk is aan de dakhelling van het hoofdgebouw en; de zijkanten van de dakopbouw op meer dan 50 cm van de zijkanten van het dakvlak liggen, of aansluiten op een identieke, belendende dakopbouw, of geplaatst is tussen schoorstenen en; de hoogte, gemeten vanaf de voet van dakopbouw tot aan de goot van de dakopbouw niet meer bedraagt dan 1,10 m en; de onderkant van de dakopbouw minimaal 90 cm boven de snijlijn van het dakvlak met de buitenzijde van de daaronder gelegen gevel of met het dakvlak en het hart van de daaronder gelegen woning scheidende wand ligt en; het bouwen van de dakopbouw niet tot gevolg heeft dat de inhoud van de woning groter wordt dan de inhoud die op grond van het bestemmingsplan is toegestaan en; bij het plaatsen de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad.

Rechtspraak bij dit artikel