3.1. Een bestuurder vervult geen nevenfuncties waarbij die strijdig zijn met het belang van de gemeente.

3.2. Een bestuurder maakt melding van al zijn nevenfuncties waarbij bovendien wordt aangegeven of de functie wel of niet bezoldigd is. Deze gegevens worden openbaar gemaakt.

3.3. Genoten vergoedingen uit een qualitate qua nevenfunctie worden gestort in de gemeentekas.

3.4. Onkosten gemaakt wegens een qualitate qua nevenfunctie worden in beginsel door het desbetreffende orgaan vergoed.