1.Elke burger en/of groepering heeft het recht om bij de behandeling
van een agendapunt in de Opiniërende Raadsbijeenkomst maximaal 5
minuten in te spreken, tenzij het onderwerp eerder in dezelfde
vergadercyclus tijdens de Avond Samenleving besproken is. Het
inspreken vindt plaats voorafgaande aan de behandeling van het
betreffende agendapunt. Per agendapunt is maximaal 15 minuten
beschikbaar voor het Spreekrecht. Indien er meer dan drie sprekers
zijn wordt de beschikbare tijd evenredig verdeeld;
Aan het eind van de bespreking van een agendapunt wordt de inspreker
in de gelegenheid gesteld gedurende maximaal 3 minuten daarop te
reageren;
2.Elke burger en/of groepering heeft het recht om in de Opiniërende
Raadsbijeenkomst maximaal 5 minuten in te spreken over een niet
eerder geagendeerd onderwerp. Onder “niet eerder” wordt verstaan een
periode van 3 maanden voorafgaand aan de Opiniërende
Raadsbijeenkomst;
Een uitzondering van het spreekrecht geldt voor:
een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of
beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan;
onderwerpen die het maken van keuzen en het doen van
voordrachten of aanbevelingen van personen betreffen;
een aangelegenheid waarover een klacht op grond van artikel
9:1 van de Algemene Wet Bestuursrecht kan of kon worden
ingediend.
Een spreker veroorlooft zich geen beledigende of
onbetamelijke uitdrukkingen c.q. uitspraken;
Degene die van het recht tot inspreken als bedoeld
in lid 1 van dit artikel gebruik wil maken meldt dit
tot uiterlijk voor aanvang van de Opiniërende
Raadsbijeenkomst bij de griffier. Hij vermeldt
daarbij naam, adres en telefoonnummer en het
onderwerp waarover hij het woord wil voeren;
Tijdens de Opiniërende Raadsbijeenkomst hebben
raadsleden en fractieassistenten over de
geagendeerde onderwerpen:
gelegenheid om politiek-bestuurlijke vragen te
stellen aan het College van B en W en aan leden
van andere fracties;
de gelegenheid om van gedachten te
wisselen;
de gelegenheid om met de andere fracties in
debat te gaan.
De voorzitter sluit de beraadslaging als hij
vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is
toegelicht of besproken, tenzij de raad anders
beslist.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 1.
Artikel 13.
Opiniërende Raadsbijeenkomst
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergadering en andere werkzaamheden van de Raad 2016