Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 1.

Artikel 13.

Opiniërende Raadsbijeenkomst

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergadering en andere werkzaamheden van de Raad 2016

1.Elke burger en/of groepering heeft het recht om bij de behandeling van een agendapunt in de Opiniërende Raadsbijeenkomst maximaal 5 minuten in te spreken, tenzij het onderwerp eerder in dezelfde vergadercyclus tijdens de Avond Samenleving besproken is. Het inspreken vindt plaats voorafgaande aan de behandeling van het betreffende agendapunt. Per agendapunt is maximaal 15 minuten beschikbaar voor het Spreekrecht. Indien er meer dan drie sprekers zijn wordt de beschikbare tijd evenredig verdeeld; Aan het eind van de bespreking van een agendapunt wordt de inspreker in de gelegenheid gesteld gedurende maximaal 3 minuten daarop te reageren; 2.Elke burger en/of groepering heeft het recht om in de Opiniërende Raadsbijeenkomst maximaal 5 minuten in te spreken over een niet eerder geagendeerd onderwerp. Onder “niet eerder” wordt verstaan een periode van 3 maanden voorafgaand aan de Opiniërende Raadsbijeenkomst; Een uitzondering van het spreekrecht geldt voor: een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan; onderwerpen die het maken van keuzen en het doen van voordrachten of aanbevelingen van personen betreffen; een aangelegenheid waarover een klacht op grond van artikel 9:1 van de Algemene Wet Bestuursrecht kan of kon worden ingediend. Een spreker veroorlooft zich geen beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen c.q. uitspraken; Degene die van het recht tot inspreken als bedoeld in lid 1 van dit artikel gebruik wil maken meldt dit tot uiterlijk voor aanvang van de Opiniërende Raadsbijeenkomst bij de griffier. Hij vermeldt daarbij naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren; Tijdens de Opiniërende Raadsbijeenkomst hebben raadsleden en fractieassistenten over de geagendeerde onderwerpen: gelegenheid om politiek-bestuurlijke vragen te stellen aan het College van B en W en aan leden van andere fracties; de gelegenheid om van gedachten te wisselen; de gelegenheid om met de andere fracties in debat te gaan. De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht of besproken, tenzij de raad anders beslist.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel