Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 1.

Artikel 14.

Ter inzage leggen van stukken

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergadering en andere werkzaamheden van de Raad 2016

1.. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een voorlopige agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving; 2.. Als omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage; 3.. De stukken welke dienen ter toelichting van de raadsvoorstellen worden ter inzage gelegd in de leeskamer van de raad voor de leden van de raad en de door de fracties aangewezen fractieassistenten bedoeld in artikel 5 van dit reglement. De terinzagelegging geschiedt in de regel gelijktijdig met het verzenden van voorstellen aan de raad. Indien na dat tijdstip stukken ter inzage worden gelegd wordt hiervan mededeling gedaan aan de hiervoor bedoelde personen. De ter inzage legging duurt tot en met de Besluitvormende Raadsvergadering; 4.. De in het vierde lid bedoelde personen mogen een origineel van een ter inzage gelegd stuk niet buiten het gemeentehuis brengen. Een kopie van een ter inzage gelegd stuk mag slechts voor eigen gebruik buiten het gemeentehuis worden gebracht; 5.. In afwijking van het bepaalde in het vierde lid blijven stukken, omtrent wier inhoud ingevolge artikel 25, eerste dan wel tweede lid van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, onder berusting van de griffier, die de leden van de raad inzage verstrekt indien daarom wordt gevraagd; 6.. De overige stukken die in de leeskamer van de raad aanwezig zijn, zijn eveneens uitsluitend bestemd voor raadsleden en fractieassistenten; 7.. De voorzitter kan toestaan, dat anderen dan de leden de ter inzage liggende stukken inzien. Hij informeert daarover de raad; 8.. Het is niet toegestaan stukken waarop de aanduiding niet-openbaar staat vermeld aan anderen te verstrekken; 9.. Het is niet toegestaan de inhoud van de stukken waarop de aanduiding vertrouwelijk staat vermeld aan anderen kenbaar te maken; 10.. Indien één van de leden van de raad vindt dat ten onrechte op het stuk de aanduiding niet-openbaar of vertrouwelijk is aangegeven kan hij het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester (voor zover het om een bevoegdheid van dat orgaan gaat) of een bestuurscommissie of onderzoekscommissie voor zover die stukken aan de raad hebben doen toekomen, via de griffier verzoeken de aanduiding te veranderen of te verwijderen. Als het lid van de raad zich niet kan verenigen met de beslissing van het bevoegde orgaan zal de voorzitter het verzoek bespreken met het fractievoorzittersoverleg. Zolang door het bevoegde orgaan geen ander besluit is genomen geldt voor de stukken met de aanduiding niet openbaar of vertrouwelijk het bepaalde in de leden 9 en 10 van dit artikel; 11.. De besluitenlijsten van de vergaderingen van burgemeester en wethouders worden wekelijks uiterlijk op woensdagmiddag in de leeskamer ter inzage gelegd en ook elektronisch toegankelijk gemaakt. De schriftelijke mededelingen aan de pers over de besluiten van het college van burgemeester en wethouders worden tegelijk ook aan de raadsleden en fractie-assistenten kenbaar gemaakt. De niet-openbare besluitenlijst van het college van burgemeester en wethouders heeft een vertrouwelijk karakter.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel