Aan de ambtenaar met een volledig dienstverband wordt in elk kalenderjaar een vakantie met behoud van zijn bezoldiging verleend van 172,8 uur.
Het aantal vakantie-uren wordt, afhankelijk van de leeftijd, die de ambtenaar in het desbetreffende jaar bereikt, verhoogd met:
LeeftijdVerhoging per jaar
van 30 tot en met 34 jaar 7,2 uur
van 35 tot en met 39 jaar 14,4 uur
van 40 tot en met 44 jaar 21,6 uur
van 45 tot en met 49 jaar 28,8 uur
van 50 tot en met 54 jaar 36,0 uur
van 55 jaar en ouder 43,2 uur.
Buiten de landelijke feestdagen worden Nationale Bevrijdingsdag en Carnavalsmaandag aangewezen als lokale feestdag en wordt de dag na Hemelvaart aangewezen als een dag waarop geen arbeid hoeft te worden verricht.
Burgemeester en wethouders kunnen na instemming van de Ondernemingsraad jaarlijks dagen aanwijzen waarop ambtenaren verplicht verlof op dienen te nemen. Dit kunnen ook halve dagen zijn. Deze verlofdagen worden van het vakantieverlof afgeschreven.
Op het einde van het kalenderjaar mag een werknemer met een volledig dienstverband maximaal 72 uur meenemen naar het volgende jaar. Als een werknemer per 31 december een saldo heeft boven het maximum worden er tussen het afdelingshoofd afspraken gemaakt om het bovenmatig aantal verlofuren op te nemen.
Voor deeltijdwerkers geldt het bepaalde in dit artikel naar rato.