Naar hoofdinhoud
Handhaving vindt plaats in twee fasen. De eerste fase begint met de constatering van de overtreding door de GGD. De GGD kan zelf een schriftelijk bevel geven (zie punt 2.3.1). Doorgaans zal de GGD de gemeente echter adviseren te handhaven volgens het gemeentelijke handhavingsbeleid. De gemeente start vervolgens het handhavingstraject. In deze eerste fase geeft het college de houder een aanwijzing tot herstel van de overtreding binnen een bepaalde termijn. De aanwijzing is de eerste formele stap in het juridische proces. De eerste fase wordt afgerond met een controle om te bepalen of de overtredingen beëindigd zijn (nader onderzoek). De eerste fase van de handhaving wordt uitgevoerd door een beleidsondersteunende medewerker van de afdeling Samenleving. De beleidsondersteunende medewerker heef overeenkomstig het mandaatbesluit van de afzonderlijke SED gemeente het mandaat om een aanwijzing te geven. De tweede fase start op het moment dat de hersteltermijn genoemd in de aanwijzing is verlopen, terwijl de overtreding niet is beëindigd. De twee fase wordt uitgevoerd door de beleidsmedewerker van de afdeling Samenleving. Dit is het moment waarop zwaardere handhavingsinstrumenten ingezet kunnen worden. De tweede fase is beëindigd als de overtreding hersteld is of als de betreffende voorziening voor kinderopvang of peuterspeelzaalwerk niet langer in exploitatie is.

Rechtspraak bij dit artikel