Naar hoofdinhoud

Artikel 12:

Bijzondere vergunningvoorschriften

Onderdeel van Bomenverordening

Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door burgemeester en wethouders te geven aanwijzingen moet worden herplant. Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen. Indien voldoende termen aanwezig zijn om overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid een herplantvoorschrift aan de vergunning te verbinden doch uitvoering hiervan niet of in onvoldoende mate tegemoet komt aan de belangen die deze verordening ingevolge artikel 7 eerste lid beoogt te beschermen, dan kunnen burgemeester en wethouders aan de vergunning het voorschrift verbinden dat de vergunningaanvrager een overeenkomstig het vierde lid te bepalen vergoeding verschuldigd is, welke dient te worden gestort in het gemeentelijke bomenfonds, bedoeld in artikel 18, eerste lid. Burgemeester en wethouders stellen de hoogte van de in het vorige lid bedoelde vergoeding vast op basis van de boomwaarde van de houtopstand waarop de vergunning betrekking heeft, verminderd met de kosten van uitvoering van een eventueel aan de vergunning verbonden herplantvoorschrift als bedoeld in het eerste lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel