Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het
voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door
burgemeester en wethouders te geven aanwijzingen moet worden herplant.
Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan daarbij
tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herplanting en op welke
wijze niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen.
Indien voldoende termen aanwezig zijn om overeenkomstig het bepaalde in het
eerste lid een herplantvoorschrift aan de vergunning te verbinden doch
uitvoering hiervan niet of in onvoldoende mate tegemoet komt aan de belangen
die deze verordening ingevolge artikel 7 eerste lid beoogt te beschermen,
dan kunnen burgemeester en wethouders aan de vergunning het voorschrift
verbinden dat de vergunningaanvrager een overeenkomstig het vierde lid te
bepalen vergoeding verschuldigd is, welke dient te worden gestort in het
gemeentelijke bomenfonds, bedoeld in artikel 18, eerste lid.
Burgemeester en wethouders stellen de hoogte van de in het vorige lid
bedoelde vergoeding vast op basis van de boomwaarde van de houtopstand
waarop de vergunning betrekking heeft, verminderd met de kosten van
uitvoering van een eventueel aan de vergunning verbonden herplantvoorschrift
als bedoeld in het eerste lid.