Naar hoofdinhoud

Artikel 13:

Herplant-Iinstandhoudingsplicht

Onderdeel van Bomenverordening

Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze verordening van toepassing is, zonder vergunning van burgemeester en wethouders is geveld, danwel op andere wijze teniet is gegaan, kunnen burgemeester en wethouders aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop de houtopstand zich bevond danwel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van de voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn. Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen. Indien houtopstand, waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze verordening van toepassing is, in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kunnen burgemeester en wethouders aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt, danwel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen. Indien voldoende termen aanwezig zijn om overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid een herplantverplichting op te leggen doch uitvoering hiervan niet of in onvoldoende mate tegemoet komt aan de belangen die deze verordening ingevolge artikel 7 eerste lid beoogt te beschermen, dan kunnen burgemeester en wethouders aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond, danwel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen een overeenkomstig het vijfde lid te bepalen vergoeding te betalen, welke dient te worden gestort in het gemeentelijke bomenfonds, bedoeld in artikel 18, eerste lid. Burgemeester en wethouders stellen de hoogte van de in het vorige lid bedoelde vergoeding vast op basis van de boomwaarde van de in het eerste lid bedoelde houtopstand, verminderd met de kosten van uitvoering van een eventueel opgelegde herplantverplichting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel