Naar hoofdinhoud

Artikel 2:

Kapverbod

Onderdeel van Bomenverordening

Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders houtopstand te vellen of te doen vellen. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voorzover bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot; vruchtbomen en windschermen om boomgaarden; fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen; kweekgoed; houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en die niet gelegen is binnen de bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt en ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are, ofwel in geval van rijbeplanting, gerekend over het totale aantal rijen, niet meer bomen omvat dan 20; houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van burgemeester en wethouders, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 13 van deze verordening; verloren gegane houtopstand, waarvan de gemeente de eigenares of de rechthebbende is, wanneer het vellen daarvan gebeurt met het oogmerk de houtopstand op openbaar terrein te vervangen; houtopstand op erven en in tuinen mits deze zich, vanuit het hart gemeten, bevindt binnen een afstand van 20 meter van enige gevel van het hoofdgebouw, met uitzondering van houtwallen en houtsingels, houtopstand die op grond van artikel 17 van deze verordening als monumentaal is aangewezen en houtopstand die is geplant ingevolgeeen voorschrift danwel een verplichting als bedoeld in artikel 12 onderscheidenlijk artikel 13 van deze verordening; het periodiek knotten of kandelaberen als cultuurmaatregel bij daarvoor geschikte boomsoorten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel