**1..** De zittingsperiode van een lid en een voorzitter eindigt in ieder geval aan het eind van de zittingsperiode van de raad.
**2..** Een lid houdt op lid te zijn van een raadscommissie indien hij niet meer voldoet aan de in artikel 4, vierde lid, gestelde eisen.
**3..** De raad kan de voorzitter ontslaan.
**4..** Een lid en de voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.
**5..** Een lid wordt geacht te zijn ontslagen, zodra de fractie die hem als lid heeft aangewezen, door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de raad, de wens kenbaar maakt, dat zijn lidmaatschap wordt beëindigd. Dit ontslag gaat in op een door de fractie te bepalen datum.
**6..** Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, wordt zo spoedig mogelijk in de vacature voorzien overeenkomstig de bepalingen van artikle 4 en 5.
**7..** Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die fractie is benoemd van rechtswege.
Hoofdstuk 2.
Artikel 6.
Zittingsduur en vacatures.
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2004