1.. Bij de beoordeling van de billijkheid toetst het college aan:

  • - de kenbaarheid van het risico op schade;
  • - de voorzienbaarheid van het risico op schade;
  • - de vermijdbaarheid van het risico op schade;
  • - de redelijke verhouding van het archeologisch belang ten opzichte van de schade;
  • - de redelijke verhouding van de schade tot het economisch voordeel dat met de bodemverstorende activiteit(en) wordt verkregen;
  • - de redelijke verhouding tot de draagkracht van de aanvrager;
  • - de ontvangen gelden van derden.

2.. Bij de beoordeling van de schade toetst het college:

  • - of verwacht mag worden dat de getroffen technische maatregel(en), waardoor het archeologisch erfgoed in de bodem kan worden behouden, op een goede wijze wordt uitgevoerd;
  • - of het archeologisch onderzoek c.q. de archeologische begeleiding op een zorgvuldige wijze wordt uitgevoerd.