**1..** De medewerker is verplicht tot terugbetaling van de bezoldiging over de uren waarop hem ouderschapsverlof is verleend als tijdens het ouderschapsverlof of binnen 6 maanden daarna
ontslag is verleend op eigen verzoek (artikel 8:1, lid 1, CAR/UWO), of
disciplinair ontslag is gegeven (artikel 8:13, CAR/UWO).
**2..** Het eerste lid is niet van toepassing als het ontslag op eigen verzoek
het gevolg is van het aanvaarden van een betrekking bij een andere gemeente, of
indien de betrokkene aanspraak heeft op een uitkering krachtens de Werkloosheidwet, vanwege werkloosheid die is ontstaan doordat de medewerker ontslag heeft gevraagd omdat hij de echtgenoot of geregistreerde partner volgt, die door geheel buiten hem liggende oorzaken noodzakelijk van standplaats moet wijzigen.
**3..** Als de medewerker binnen drie maanden nadat hij gebruik heeft gemaakt van betaald ouderschapsverlof op eigen verzoek minder gaat werken, heeft hij een terugbetalings-verplichting. Hij moet dan dat deel van zijn bezoldiging terugbetalen dat overeenkomt met het aantal uren dat hij minder gaat werken. Dit wordt berekend over de periode waarover het ouderschapsverlof is verleend.
**4..** Als aansluitend aan de periode van betaald ouderschapsverlof gedurende tenminste drie maanden onbetaald ouderschapsverlof wordt opgenomen, is de terugbetalingsverplichting niet van toepassing.
**5..** De verplichting tot terugbetaling wordt vastgelegd in een door de medewerker te ondertekenen schriftelijke verklaring.
Hoofdstuk
Artikel 5
- Terugbetalingsverplichting
Onderdeel van Regeling ouderschapsverlof gemeente Oisterwijk 2016