Participatie start in een zo vroeg mogelijk stadium van de beleidsontwikkeling, en volgens de Geldrop-Mierlose Participatiestandaard. Inspraak vindt te allen tijde plaats, tenzij (zie verder artikel 8). Inspraak vindt in plaats in de afrondende fase van de beleidsontwikkeling: voordat college of raad een besluit neemt krijgt iedere individuele inwoner of andere belanghebbende partij de gelegenheid om te reageren op het beleidsvoornemen.
Afhankelijk van bestuurlijk en maatschappelijke gevoeligheden en in het geval van complexe dossiers kan het bestuursorgaan er voor kiezen om na een doorlopen participatieproces ook een niet-wettelijk verplicht inspraakproces te houden voor een finale belangenafweging als sluitstuk van het proces. In die gevallen is hoofdstuk 3 van deze verordening van toepassing.
Participatie en inspraak is dus in beginsel mogelijk op alle terreinen van gemeentelijk bestuur. Het moet natuurlijk wel ergens om gaan. Het is niet de bedoeling dat plannen van burgers om een garage te plaatsen of een uitrit te wijzigen aan participatie of inspraak onderhevig zijn. Toepassing is aan de orde wanneer de situatie ingrijpend verandert. Ingrijpend is een rekbaar begrip en voor meerdere uitleg vatbaar. Om ingrijpend in te kaderen zijn in het vierde lid een aantal uitzonderingsgronden opgenomen wanneer participatie en inspraak niet wordt toegepast:
a.ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van eerder vastgesteld beleid.
Motivering
Het is niet zinvol participatie of inspraak te verlenen indien het gemeentelijk beleid niet of slechts in beperkte mate wordt herzien.
b.indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten.
Motivering
In dit geval biedt de wet geen ruimte voor inspraak dan wel wordt een andere vorm van inspraak wettelijk voorgeschreven.
c.indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;
Motivering
Aangezien het bestuursorgaan in deze gevallen geen beleidsvrijheid heeft is het niet zinvol participatie of inspraak te bieden.
d.inzake de begroting en andere stukken uit de planning & control cyclus, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet;
Motivering
Het gaat hier om de financiële kernbevoegdheden van de gemeenteraad die zich niet lenen voor participatie of inspraak.
e.indien de uitvoering van een beleidsvoornemen zo spoedeisend is dat participatie of inspraak niet kan worden afgewacht;
Motivering
Het gaat hier om een afweging tussen enerzijds de urgentie van de besluitvorming en anderzijds de belangen van betrokkenen, waarbij de urgentie het primaat heeft.
f.over een beleidsvoornemen dat hoofdzakelijk betrekking heeft op interne of organisatorische aangelegenheden van de gemeente;
Motivering
Gezien het feit dat het om interne/ organisatorische beleidsvoornemens gaat is participatie of inspraak hierbij niet doelmatig.
g.inzake verlengingsbesluiten als bedoeld in artikel 3.1, derde lid van de Wet ruimtelijke ordening:
Motivering
Een verlengingsbesluit heeft betrekking op het verlengen van een bestemmingsplan na ommekomst van de wettelijke termijn van 10 jaar.
h.inzake voorbereidingsbesluiten als bedoeld in artikel 3.7 Wet ruimtelijke ordening;
Motivering
Met het verlenen van participatie of inspraak ten aanzien van een voorbereidingsbesluit zou de preventieve werking hiervan (het voorkomen van ongewenste ontwikkelingen) vervallen.
i.inzake beheersverordeningen als bedoeld in artikel 3.38 Wet ruimtelijke ordening.
Motivering
Het betreft hier continuering van bestaand beleid waarover eerder reeds inspraak is gevoerd.
j.indien bestaande participatieraden – zoals de WMO Raad, Cliëntenplatform Minima, Cliëntenraad Leerlingenvervoer en Platform Duurzaam Veilig – reeds bij de ontwikkeling van beleid participeren.
Motivering
De participatie van de betrokken doelgroepen is al geregeld.
Hoofdstuk
Artikel 3
Afbakening participatie en inspraak
Onderdeel van Participatie- en inspraakverordening Geldrop-Mierlo 2015