Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Afdeling 3

Artikel 4.3.1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Overbetuwe 2007

In deze afdeling wordt verstaan onder: houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen; hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand; bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet; iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau); iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus multistriatus (Marsh) en Scolytus pygmaeus. boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 20 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. In het kader van een herplant- of instandhoudingplicht kunnen voorschriften gesteld en maatregelen genomen worden voor bomen kleiner dan 20 cm dwarsdoorsnede op 1,3 meter boven het maaiveld; In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben. Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder de boomwaardebepaling verstaan de door het college vastgestelde wijze waarop de waarde van de bomen wordt bepaald. De boomwaarde wordt uitgedrukt in het product van de factoren eenheidsprijs per cm² van de dwarsdoorsnede op 1,30 meter hoogte, standplaatswaarde, conditiewaarde en waarde van de plantwijze.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel