Het is verboden zonder vergunning van het college houtopstand te vellen of te doen vellen.
Het verbod geldt niet voor:
wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot;
windschermen om boomgaarden en fruitbomen voor zover deze niet betreffen hoogstamfruitbomen of notenbomen;
naaldbomen en coniferen voor zover deze een dwarsdoorsnede hebben van niet meer dan 40 cm op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld;
kweekgoed;
houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld;
houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is buiten een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die:
ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are;
ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen;
houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van het college, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4.5.6;
houtopstand ten aanzien waarvan bij een geldend bestemmingsplan of bij een geldend voorbereidingsbesluit is bepaald dat het verboden is deze te vellen zonder schriftelijke vergunning van het college (aanlegvergunning);
houtopstanden in tuinen of op erven behorende bij woningen, van welke tuinen of erven het oppervlak niet groter is dan 100 m² en welke houtopstand niet zichtbaar is vanaf de openbare weg en niet voorkomt op de door het college opgestelde lijst van waardevolle tuin- of erfbomen.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 3
Artikel 4.3.2
Kapverbod
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Overbetuwe 2007