1.Het aantal personen dat verblijf houdt met overnachting wordt met betrekking tot:

  • - vakantieonderkomens bepaald op het aantal slaapplaatsen;
  • - mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen bepaald op:

2 personen indien het aantal slaapplaatsen 3 of minder bedraagt;

3 personen indien het aantal slaapplaatsen meer dan 3 bedraagt.

2.Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen verblijf wordt gehouden met overnachting wordt:

ingeval verblijf wordt gehouden in vakantieonderkomens dan wel op vaste standplaatsen, welke geschikt zijn voor gebruik of slechts gebruikt mogen worden gedurende een periode van:

-

  • - ten hoogste zes maanden bepaald op 55;
  • - meer dan zes doch ten hoogste twaalf maanden bepaald op 82.
  • - De belasting wordt niet geheven indien het verblijf met overnachting waartoe gelegenheid wordt of is gegeven gedurende een kalenderjaar minder dan tien maal zal of heeft belopen.