Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.2.2.

Draagkracht uit vermogen

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2015 Stede Broec

Met betrekking tot het in aanmerking te nemen vermogen wordt het vermogen dat boven het “bescheiden vermogen” geheel (100 %) meegenomen in de draagkrachtberekening, behoudens de bestanddelen van artikel 34, lid 2 Participatiewet. Dit houdt in dat geen gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om bij verlening van bijzondere bijstand over te gaan tot verlening van bijstand onder verband van krediethypotheek (en daarom ook geen extra vrijlating in verband met eigen woning). Feitelijk wordt van een belanghebbende dus verwacht dat hij of zij alle vermogens-bestandsdelen aanwend die boven het bedrag aan vrij te laten vermogen ligt voor de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd. 100% van het draagkrachtvermogen bedraagt voor zover dat boven het vrij te laten bescheiden vermogen komt. 100% van het draagkrachtvermogen bedraagt voor zover het meer bedraagt dan 35% van het voor de belanghebbende van toepassing zijnde vrij te laten vermogen als het gaat om inrichtingskosten/duurzame gebruiksgoederen/ babyuitzet en artikelen voor na de geboorte van het kind.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel