Op grond van artikel 35 lid 2 Participatiewet kan het college de bijzondere bijstand weigeren, indien de bijzondere kosten binnen twaalf maanden een bedrag van een bepaalde bedrag niet te boven gaan.
Deze bevoegdheid, die aan een wettelijk gemaximeerd bedrag is gebonden, biedt het college de mogelijkheid om bijzondere bijstandsverlening in ‘kruimelvoorzieningen’ tegen te gaan). Het in aanmerking nemen van een drempelbedrag betekent dat, voordat er sprake kan zijn van verlening van bijzondere bijstand, de betreffende kosten meer moeten bedragen dan het drempelbedrag. Zolang de totale kosten lager zijn, blijven deze voor rekening van belanghebbende. De periode waarover het drempelbedrag geldt is 12 maanden.
Het college hanteert geen drempelbedrag echter om aanvragen voor "kruimelbedragen" tegen te gaan wordt een administratieve drempel gehanteerd van € 25. In de praktijk betekent dit dat pas een aanvraag kan worden ingediend wanneer de kosten minimaal € 25 bedragen. Hierbij geldt dan gelijk een uitzondering voor het indienen van een aanvraag met terugwerkende kracht. Zijn de kosten lager dan € 25,00 dan kan eens per jaar een aanvraag worden ingediend. Het tijdstip hiervoor is vastgesteld op 31 december van het jaar waarin de kosten zijn gemaakt.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.4.
Drempelbedrag
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2015 Stede Broec