Norm 110% historische bijstandnorm en geen vermogen hoger dan de norm Participatiewet.
Leeftijd kinderen 10 jaar tot en met voortgezet onderwijs
Declaratie kosten Max € 400,-.
Nadere voorwaarden:
Thuiswonend schoolgaand of studerend kind
Per gezin 1 computer
Frequentie 1x in de 8 jaar wanneer noodzaak is aangetoond.
Om goed mee te kunnen op school en in de samenleving is een computer onontbeerlijk. Het college verstrekt dan ook een tegemoetkoming in de kosten van een computer voor ouders met schoolgaande kinderen vanaf 10 jaar die 3 jaar of langer onder of op 110% van de historische bijstandsnorm leven. Men kan kosten declareren tot € 400, -. Men moet schoolgaande kinderen hebben.
Onder een computer wordt verstaan: desktop, beeldscherm, toetsenbord plus muis. Tevens wordt onder computer verstaan: laptop.
De uitgangspunten bij deze vorm van bijzondere bijstand om niet zijn als volgt:
De belanghebbende dient een zelfstandige huishouding te voeren;
De belanghebbende dient drie jaar of langer onafgebroken een inkomen op 110% van de historische bijstandsniveau te zijn aangewezen;
De belanghebbende mag niet over een vermogen beschikken dat het vrij te laten bescheiden vermogen zoals genoemd in de Participatiewet overschrijdt;
De belanghebbende dient een thuiswonend schoolgaand of studerend kind te hebben volgens de Gemeentelijke Basisadministratie;
Het thuiswonende schoolgaande of studerende kind komt ten laste van de belanghebbende, met andere woorden de belanghebbende ontvangt kinderbijslag voor dit kind dan wel het studerende kind ontvangt studiefinanciering;
Het kind heeft de leeftijd van 10 jaar tot en met het voorgezet onderwijs;
Voor de computer wordt uitgegaan van een gemiddelde levensduur van acht jaar;
Eenmaal per acht jaar kan dus een beroep worden gedaan op de tegemoetkoming voor de aanschaf van een computer;
De tegemoetkoming voor de aanschaf van een computer bedraagt maximaal € 400,00. Bij aanschaf van een computer met een lager bedrag, volgt een lagere tegemoetkoming in de kosten;
Uitbetaling van de tegemoetkoming geschiedt na ontvangst van een op naam gesteld betaalbewijs.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.6.
Computerregeling
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2015 Stede Broec