Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.7.

Reiskosten voor ouders van studerende kinderen tot en met 17 jaar

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2015 Stede Broec

Vindplaats: Kluwer Schulink Grip op Participatiewet hoofdstuk 6 Bijzondere bijstand; paragraaf 9 onder 4 Norm: 100% historische bijstandnorm en geen vermogen hoger dan de norm Participatiewet. Kostensoort: Periodieke kosten Afstand dichtstbijzijnde school: >10 kilometer Vergoeding: € 30 per kilometer per jaar, maximaal € 900,- per jaar Leeftijd: tot 18 jaar. Nadere voorwaarden: Zie schooltypen en geen voorliggende voorzieningen mogelijk Draagkracht Boven de norm: wordt 100% draagkracht gehanteerd De Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (Wtos) voorziet in tegemoetkomingen voor leerlingen in de leeftijd tot 18 jaar die geen volledig en rechtstreeks bekostigd voortgezet onderwijs volgen of beroepsonderwijs volgen: op grond van de Wtos kan aan ouders van leerlingen een zogeheten tegemoetkoming ouders worden verleend. De tegemoetkoming voor leerlingen tot 18 jaar in bekostigd voortgezet onderwijs is opgenomen in het kindgebonden budget. Uit de wetsgeschiedenis van de totstandkoming van de Wtos blijkt dat de toelage op grond van deze wet geen aparte component voor reiskosten bevat. De Wtos is geen toereikende en passende voorziening voor de reiskosten van schoolgaande kinderen, omdat de wetgever mede vanuit budgettaire overwegingen heeft gekozen voor een forfaitaire benadering in plaats van een benadering die maatwerk levert. Het college kan dan ook in aanvulling op de Wtos bijzondere bijstand verstrekken voor reiskosten, indien sprake is van bijzondere omstandigheden. Indien de reiskosten relatief hoog zijn, kan het college hier een reden in zien om, voor een deel van deze kosten bijzondere bijstand te verlenen. De volgende voorwaarden gelden om aan de ouder(s) van studerende kinderen tot en met 17 jaar bijzondere bijstand te verlenen ter ondersteuning in de reiskosten naar en van school: de leerling is jonger dan achttien. de aanvrager heeft de Nederlandse nationaliteit. In bepaalde gevallen kan ook de aanvrager zonder de Nederlandse nationaliteit in aanmerking komen voor een tegemoetkoming. de leerling volgt in Nederland in voltijd (speciaal) voortgezet onderwijs (voortgezet) speciaal onderwijs voortgezet algemeen volwassenenonderwijs beroepsonderwijs (Het beroepsonderwijs wordt gegeven aan regionale opleidingscentra (ROC). De ouders kunnen alleen een tegemoetkoming krijgen indien het kind in het beroepsonderwijs een beroepsopleidende leerweg (bol) volgt. Volgt het kind een beroepsbegeleidende leerweg (bbl), dan komen zij niet voor een tegemoetkoming in aanmerking. Bij het volgen van een beroepsbegeleidende leerweg is er doorgaans een arbeidsovereenkomst met het bijbehorende recht op minimum(jeugd)loon). Voor alle soorten onderwijs geldt dat de opleiding door de Minister van OCenW moet zijn bekostigd, aangewezen of erkend. Daarnaast moet de leerling volledig dagonderwijs volgen. De algemeen geldende eis is dat het opleidingsprogramma minimaal 850 klokuren per studiejaar bevat. Als de belanghebbende een beschikking van DUO kan overhandigen, waaruit blijkt dat een tegemoetkoming op grond van de WTOS is toegekend, dan kan er vanuit gegaan worden dat aan bovenstaande voorwaarden wordt voldaan. Met betrekking tot de reiskosten van ten laste komende kinderen in het voortgezet onderwijs kan bijzondere bijstand worden verleend als de enkele afstand tussen het woonadres en de dichtstbijzijnde school van het gewenste onderwijstype ten minste 10 km bedraagt. Afstanden tot 10 km worden geacht per fiets overbrugd te kunnen worden. De bijzondere bijstand heeft de vorm van een tegemoetkoming in een deel van de kosten. De tegemoetkoming in de reiskosten wordt per studiejaar vastgesteld op € 30,00 per kilometer enkele reis. De belanghebbende kan maximaal een tegemoetkoming krijgen voor 30 kilometer enkele reis, ook al is de werkelijke afstand tussen de woonplaats en school groter. Reist het kind van de belanghebbende 4 (of 5) dagen per week naar school en de enkele reisafstand is 10 km, dan bedraagt de bijzondere bijstand 10 km x € 30,00 = € 300,00 voor het gehele studiejaar (= 10 maanden). Reist het kind minder dan 4 dagen per week, dan wordt voor elke dag dat het kind niet reist ¼ deel op de bijzondere bijstand in mindering gebracht. Op het moment dat het kind de leeftijd van 18 jaar bereikt, stopt de bijzondere bijstand voor de reiskosten met ingang van de eerste dag van de maand dat men recht kan doen gelden op studiefinanciering of anderszins.

Rechtspraak bij dit artikel