Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4 › Paragraaf 2

Artikel 4.2.3

Uitnodiging en spreekrecht burgers

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2004 met de daarbij behorende toelichting

1.. Personen en/of instellingen die zich schriftelijk tot de raad, een raadscommissie, het college en/of de burgemeester dan wel overigens tot de gemeente Oldenzaal hebben gewend, ontvangen tijdig en op behoorlijke wijze (zoveel als mogelijk schriftelijk) bericht van dag en tijdstip van de vergadering van de raadscommissie waarvoor hun zaak is geagendeerd. 2.. De voorzitter stelt, zonodig na een korte mondelinge toelichting, personen die een openbare raadscommissievergadering als toehoorder bijwonen, alsmede de personen en/of instellingen bedoeld in het vorige lid, op hun verzoek in de gelegenheid informatie te verstrekken, een toelichting te geven of vragen te stellen, voor zover zulks naar het oordeel van de voorzitter nog niet bekende feiten of omstandigheden betreffen ter zake van aan de orde zijnde agendapunten. 3.. Het woord kan niet gevoerd worden over: een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep heeft opengestaan of openstaat, tenzij in het geval van het laatste de behandeling in de raads-commissie onderdeel uitmaakt van een procedure als bedoeld in de afdelin gen 3.3 en of van de gelegenheid tot het geven van een zienswijze als bedoeld in de artikelen 4:7 en 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht dan wel van een in andere regelgeving vermelde vergelijkbare procedure of gelegenheid tot het geven van een zienswijze; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuurs recht kan of kon worden ingediend; de agendapunten: besluitenlijst(en), informaties, mededelingen en rondvraag. 4.. Het spreekrecht geldt voor ten hoogste twee termijnen, te weten telkenmale voorafgaande aan de voor de leden geldende, in artikel 4.2.7 opgenomen termijnen. In een termijn mag niet meer dan eenmaal het woord worden gevoerd. 5.. De sprekers spreken van hun plaats of de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter. 6.. De leden kunnen tijdens hun termijnen, als vermeld in artikel 4.2.7 en overeenkomstig het bepaalde in artikel 4.2.5 ingaan op de door sprekers verstrekte informatie, gestelde vragen en/of voor de sprekers bestemde vragen stellen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel