**1..** De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de lasten en de baten per programma.
**2..** Bij de uiteenzetting van het financieel meerjarenbeeld van de begroting wordt hetinvesteringsvolume voor het begrotingsjaar en voor de jaren daarna opgenomen.
**3..** Bij het vaststellen van de begroting autoriseert de raad als uitgangspunt alleinvesteringskredieten voor bedrijfsmiddelen, vervanging en alle overige investeringen < €1 miljoen behoudens de investeringen waarvan zij hebben aangegeven op een later tijdstip een apart voorstel te willen ontvangen.
**3..** Begrotingswijzigingen worden verzameld en een aantal keer per jaar aan de raad voorgelegd. Deze wijzigingen zijn opgebouwd uit:
Wijzigingen waarvoor autorisatie van de raad noodzakelijk is
Wijzigingen als gevolg van raadsbesluiten;
Wijzigingen zoals aangegeven in tussentijdse rapportages die onderdeel uitmaken van de financiële beleidscyclus;
Wijzigingen waarover de raad wordt geïnformeerd
Wijzigingen als gevolg van collegebesluiten;
Technische wijzigingen; Hierbij is geen sprake van een wijziging in het beleid, maar gaat het om het formaliseren van administratieve aanpassingen.
De definitieve beschikking over de middelen vindt plaats na vaststelling van de begrotingswijziging door de raad.
**5..** Voor investeringen in de loop van het begrotingsjaar die niet in de begroting zijn opgenomen, legt het college vooraf aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel en een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor.
Hoofdstuk 2.
Artikel 4.